De memoires van Faas, hoofdstuk 33

Mijn broertje en ik zijn, 16 en 14 jaar. Broer Bert had ergens een kano gezien, die naar zijn zeggen betaalbaar was.
Hoe hij het voor elkaar kreeg weet ik niet. Was het van zijn zakgeld, de auto een keer wassen of helpen in de kaarsenfabriek van Pa?
Wij hadden een kano.

We woonden in de Hoendiepstraat en als je het park doorliep, waar nu jaarlijks de Parade gehouden wordt, de pont nam naar de gasfabriek, lag links de scheepswerf Wolfrat. De eigenaar woonde bij ons in de straat en had een klein plaatsje geregeld voor onze kano op zijn werf. We kregen de uitdrukkelijke instructies, dat we ons moesten gedragen en dat we de andere booteigenaren niet zouden storen. We werden vrienden met die booteigenaren, zodat we bij te ver kanoën een lift terug konden vragen.
Het was een degelijke kano en zo peddelden we menig tochtje over de Amstel naar Ouderkerk en gingen boot liftend terug. Aanmeren op de steiger van het Amstelhotel, was ook een sport, hoe snel worden we nu weer weggejaagd.
Ab, mijn vriend, ging vaak mee en als Ab niet kon, mocht Wimpie mee. Dat moest dan stiekem gebeuren, want hij kon nog niet zwemmen. Niet wiebelen en geen nat pak halen was dan de regel.

Broer Bert was de kano al snel zat en kwam met het plan om er een zeil en kiel op te zetten. In de winter bij Pa op het werk, gaven we de kano een metamorfose. Een iets te grote mast hadden we op de kop getikt met een bijbehorend zeil van een oud jolletje. Zo hadden we de kano en een winter later een zeilboot, nieuw leven in de (watersport) brouwerij voor de Faasjes.

Op een mooie woensdagmiddag ergens na de winter van 1955, moest ik nog het een ander doen, laten we het maar op huiswerk houden, voor ik naar de zeilkano mocht. Ab en Wimpie vroegen of zij vast de zeilkano mochten gebruiken, als goede vrienden vind je dat goed. Toen ik aankwam zaten ze beteuterd op de steiger. Die zeilboot doet het niet, zeiden ze in stereo.
Met veel bravoure stapte ik de boot in en ging er mee naar de overkant van de Amstel. Er stond een stevig windje dus dat was allemaal geen probleem. Aan de overkant ging ik overstag en ging gelijk met de pont naar de andere kant. De pont was aan de lijzijde van de kano zo had ik dus niet in de gaten, dat de pont was gestopt voor een groot leeg vrachtschip.
De zon scheen, ik zag in een schimp een groot zwart vlak in mijn zeil, ik hoorde de mensen op de pont schreeuwen, in een honderdste van een seconde, dook ik de Amstel in. De voorzijde van het vrachtschip was op 1,5 m verwijderd van mijn boot.

Ons zeilbootje kreeg nu duikbootaspiraties en rolde onder de onderkant van de vrachtboot. Geschrokken zwom ik naar de restanten. De kapitein van de vrachtboot voer door.
Ik ben met de restanten van het bootje weer naar de steiger gezwommen, waar Wimpie en Ab, met de schrik in de benen opgelucht adem halend stamelden ze wederom in koor: “Zie je wel dat hij het niet doet!”

Kano, zeilboot, duikboot, kapotte boot

kano, zeilboot, duikboot, kapotte boot

Vriend Ab

Hij doet het niet, vriend Ab.

Via de waterpolitie zijn we erachter gekomen wie de schipper van de vrachtboot was. We hebben hem opgezocht, om te horen waarom hij door gevaren was. De goede man had mij niet eens gezien, dus waarom zou hij stoppen. Omdat we van Pa Frans de binnenvaart regels moesten kennen, zei ik bijdehand, een zeilboot heeft voorrang. Klopt, zei de schipper en de etiquette zegt dat vrachtvervoer voorrang heeft op spelevaren.