Mam, wil je even mijn betoog nakijken.
Het is woensdagavond 22.30 uur.
Ik neem plaats achter de computer en lees.
Mijn hemel!
Ik schrik, word boos, verdrietig, raak in paniek.
Nee! Dit meent hij? Of?
Wanneer moet je dit inleveren, vraag ik.
Morgen!
O!
Mijn tegenargumenten liggen op mijn tong, wacht denk ik snel en slik ze in, zo vergooi je je kansen!
Zijn vraag was, wil je het nakijken, niet wil je met me in debat.
Ik lees opnieuw, vraag ondertussen hoe bouw je een betoog ook al weer op.
Hij legt het uit.
Er missen nog bronnen, de zinsbouw is te lang. Zijn uitsmijter aan het einde is zwak in mijn ogen, zijn titel is creatief alleen mis ik de link in het betoog.
Zo ploeteren we samen verder, wat is de kern van dit argument, hoe kan je dit stelliger neer zetten, wat bedoel je eigenlijk? Vooral dat laatste daar ben ik naar op zoek.
Verplaats je nu eens in mij, als lezer, zie je wat er met mij gebeurt? Ik kan wel 10 tegenargumenten verzinnen, zeg ik op zoek naar zijn kern. Hij ziet het alleen is dat nu niet belangrijk voor hem, het betoog moet af en het liefst met een voldoende. Dus eigenlijk vind je dat….! Ja, maar dat ga ik er zo niet inzetten, zucht hij. Ik haal opgelucht adem of het een voldoende wordt, geen idee. Mijn ongerustheid en paniek is gezakt.
Het is 23.45 uur.
Maak me morgenochtend vroeg wakker zegt hij.
De volgende ochtend sleur ik hem uit zijn bed.
Hij tikt en zucht van opluchting, het is af.
Ben je eigenlijk echt voor? Vraag ik terwijl hij met de deur in zijn hand al op weg naar school is.
Nee! zegt hij,  dit is ook het onderwerp van mijn debat en daar moest ik voor zijn.
Aha! De makkelijkste weg tot hij moeders vroeg om het na te kijken.