Op een mooie Pinksterdag loopt Pa(ulus) Faas met mij van Zuidlaren naar Gasteren.
Pa(ulus) Faas schrijft en filmt:

8 juni 2014-06-09

Klokke negen stonden we met het Uppie voor de deur. Na wat schilderwerk en geen koffie. Dit doen we halverwege, reden we weg. Zo’n 227 km. Onderweg bij La Place op de hoogte van Apeldoorn hebben de dames een Cappuccino gedronken uit een soepkop. Doe maar een grote, was de wens. Toen naar ‘het Restaurant’ op de Brink in Zuid Laren. We sloegen de Belgische frietboer en de Kippenfilet kraam, zo ook het pannenkoeken restaurant over. De clubsandwich voor Moniek duurde even, omdat de hele club koks, dit moesten maken. Het begon te regenen, dus waarom haasten!!! Het hier en daar was omgedraaid.

Uiteindelijk gingen we van start en namen afscheid van Irma, die naar Orvelte ging. Ik wist niet wat er boven mijn hoofd hing, behalve een bui regen. Een rijdende voorbijganger adviseerde ons om onder de natuurlijke paraplu’s te gaan lopen. Bij het Paardenstandbeeld met de twee serieuze mannen ging het mis. Maar daarna, was er de hele weg geen twijfel over de rood/witte blokjes, wel of niet met pijl, maar ook de kruizen. We wandelden op het terrein van het krankzinnige gesticht Dennenoord, wat een naam,  door de regen bleef iedereen binnen, geen aanspraak. Het hertenkamp met schapen voorbij en dan op het eind van de weg eindelijk van de harde weg af.
Onderweg pasfoto’s nemen van honden en hun bazen, om te zien of die op elkaar lijken. Een man had al 50 jaar een hond en bij navraag bleek het gelukkig steeds een andere te zijn, want het was eigenlijk nog wel een jong beestje met een vossenstaart. Een mevrouw vond het niet goed, en hield een hand voor de camera. Ze lachte me uit of erom. Dit kwam omdat eerst de vrouw en toen de hond een beurt kreeg om voor de camera te verschijnen. Ze dacht dat ik uit dat gesticht kwam denk ik.
Mijn poncho bleef in de tas want Irma had er ook een opvouwbare paraplu in gedaan, die beter was als de veel geluidmakende poncho van Moniek. Voor het filmen betekent het, dat er harde muziek onder de beelden gezet moet worden, maar dat zal ook nodig zijn door het gehijg van mij. Het fotograferen en filmen zit onze familie toch kennelijk in het bloed, want de lenzen keken steeds in dezelfde richting. Halverwege hoorde ik echter een vinnig vloekje, want ook met de modernste apparatuur, moet je er wel wat gigabeitjes in doen, wil je het later terug kunnen zien.
Na ca 4,7 km hielden we een spoelstop in restaurant en partycentrum de Drentse AA. Ofschoon ik niemand alcohol heb zien drinken, kreeg iemand naast ons een enorme hoeveelheid friet, een super grote gehaktbal en nog wat groenvoer op een heel groot bord. De man snijdt iets en bijna de helft van het bord lag er naast. “Toch nog te klein dat bord” zei ik, Hij brabbelde iets terug en lachte als een boer die kiespijn had. Ik vroeg hem twee maal wat hij zei, maar zowel Moniek als ik konden hem niet verstaan. In zo’n klein land, pratend over één Europa, kun je elkaar op een afstand van zeg 200 km, niet verstaan, wat een armoe. Dialect, klederdracht, uitingen uit de vorige eeuw voor mensen die echt niet op de harde weg willen lopen.
Na deze pauze, gingen we echt van de harde weg en kwamen we tot Gasteren geen auto’s meer tegen. Wat een prachtige natuur hebben we toch op niet bebouwde plekken , waar je anders met 130 km per uur doorheen moet rijden. Naast de rivier de Drentse Aa, waren de vele meanders met stukken grond, afgezet door hekken uit de vorige eeuw, waar naast je zonder obstakel zo in kon lopen.
Prachtige bloemen, bomen en struiken. We zouden ook wilde orchideeën zien, maar die waren mogelijk geplukt door andere P.p. lopers. We vroegen drie P.p.loopsters, die ons tegemoet kwamen of ze ook het P.p. liepen? Ja, en ze maakten ons nieuwsgierig over de bruggetjes en vlonders, die we nog zouden tegenkomen. Drie oudere dames, die op een bankje zaten voor een moeilijk begaanbare brug, hadden het P.p. in 1992 gelopen en voor ze hun ervaringen wilden vertellen, bestegen we de trappen van het enge bruggetje over de Aa.
Over een bruggetje
Daarna ging het paadje, zeg maar een minipaadje door het bos, achter elkaar om de blubber te ontwijken. Knap, dat de eerste P.p. loper dit paadje gevonden had.
Voordat we de vlonders bereikten, haalden drie vrouwen ons in. Ook P.p.loopsters uit Oostbrabant. “Goh, wat leuk, wij komen uit West Limburg, verdere afstemming was Oploo en Venray. Het gesprek werd in normaal Nederlands gevoerd. Makkelijk he. Het bleek een moeder die met haar jongste 2 dochters ook naar Gasteren liep. Je kan flink doorlopen, maar dat betekent ook flink rusten, zodat je uiteindelijk gelijk aan komt.
Een geweldig stuk ongerepte natuur, heide, bomen, duintjes, waar Schotse Hooglanders liepen, die volgens het waarschuwingsbordje niet gevaarlijk waren. We hebben ze gezien, nadat we beoordeeld hadden, dat dit echt geen grote schapen waren.

Zitten er op of eronder

Zitten er op of eronder

Nadat we alle wildroosters gepasseerd waren stonden we voor een echt hunebed. Iedereen ging er boven op zitten, terwijl die toch bedacht waren om er onder te liggen, als je op weg was naar het hiernamaals. Nog wat zandpaadjes en een bospaadje en de eerste huizen kwamen in zicht. Op een bankje dronken we de koud gebleven Spaatjes uit de zak van de slager op. Met een goed gevoel en een fijne terugblik zeiden mijn bijna drieënzeventig jarige voetjes, “ik kan nog wel een km of acht. Geen blaartje, door de naadloze sokken. 15500 stapjes verder ofwel 11 km, en er zo’n 800 kcal afgelopen, kwamen we weer op de harde weg in Gasteren, waar Irma op ons zat te wachten bij de Pannenkoekenboerderij en waar ik smachtend mijn pilsje bestelde. Een mini Palmpje.

Irma reed ons naar huis, waar een B.B.Q tafel keurig klaar stond en door Enrico was bereid. Voor herhaling vatbaar. Paatje wordt loops.